Groep 7
 
(Advertentie)

Gebruik van punten en vraagtekens

- Elke zin eindigt met een punt.

- Een vragende zin eindigt op een vraagteken.

 

Wanneer gebruik je een hoofdletter?

- Een hoofdletter gebruik je aan het begin van de

  zin.

- Bij namen van personen of instellingen: Sam  

  Jansen, de Rabobank.

- Bij namen van landen, steden en rivieren.

- Bij titels van personen: Hare Majesteit.

 

Gebruik van komma's.

- Komma's gebruik je om een zin overzichtelijk te

  maken. Een komma staat op de plaats waar je bij

  het hardop lezen even rust neemt.

- Bij opsommingen gebruiken we komma's

  Bijvoorbeeld: Vader, moeder en de kinderen

  slapen.

- Tussen 2 persoonsvormen zet je een komma.

  Bijvoorbeeld: Toen ze thuis kwam, zag ze dat het

  licht brandde.

- Bij "dat zinnen"komt er steeds voor het woordje

  "dat"een komma

  Bijvoorbeeld: Piet ziet, dat we slapen.

 

Gebruik van een uitroepteken.

- Aan het eind van de zin met een bevel of uitroep

  gebruik je een uitroepteken.

- Bijvoorbeeld: Hou daar mee op!  Geweldig!

- Soms schrijf je na een uitroep een komma.

  Bijvoorbeeld: Hoera, we hebben vakantie.

 

Gebruik van de dubbele punt.

- Een dubbele punt staat voor een opsomming

  Bijvoorbeeld: De bezwaren tegen Athene in de

  zomer zijn: de hitte, de drukte en de smog.

- Een dubbele punt staat voor een zin die iemand

  gaat zeggen.

  Bijvoorbeeld: Ik zei: 'Ik wil van de zomer niet op

  vakantie'.

  De woorden die gesproken worden, schrijf je

  tussen aanhalingstekens.